Veilig op weg met de camper: een checklist

camper

Trekt u er binnenkort met de camper op uit? Neem dan even de tijd om de geschreven én ongeschreven ‘camperregels’ uit dit artikel door te nemen. We zetten de belangrijkste aandachtspunten voor u op een rijtje in een handige checklist.

Checklist veilig op weg met de camper

Het juiste rijbewijs

Voor het mogen rijden in een camper heeft u vaak genoeg aan een rijbewijs B. Een rijbewijs C1 is pas nodig als u een camper heeft die tussen de 3.500 en 7.500 kilo weegt. Let wel op bij de aanschaf van de camper, dat sommige campers al bijna 3.500 kilo wegen. Als u de camper dan gaat inladen, dan zit u inclusief passagiers al snel over het gewicht van 3.500 kilo. Bij een camper zwaarder dan 7.500 kilo moet u als bestuurder in het bezit zijn van een C-rijbewijs. 

Wen aan het rijden in een camper

Het rijden in een camper is anders dan het rijden in een auto. Zorg ervoor dat u, voordat u op reis gaat, goed oefent. Ga aan de slag met het rijden, remmen en parkeren. Vergeet ook niet uw spiegels goed af te stellen. Om zelfverzekerd de weg op te gaan, kunt u ook een ZLM campertraining volgen. Hierover leest u hier meer. 

Zorg dat de camper goed is geladen

Het is van belang om de bagage goed te verdelen over de hele camper. Heeft u veel zware spullen? Berg deze dan vooral in de buurt van de assen van uw camper op. Check voor vertrek altijd of alle kastjes goed zijn afgesloten, de koelkast goed dicht zit, de schotel(s) zijn ingeklapt, de dakluiken gesloten zijn en het instaptrapje is ingeklapt.

Ken de afmetingen van uw camper

Het is van belang te weten wat de exacte afmetingen van uw camper zijn. Leg een notitie binnen handbereik met daarop het gewicht, de hoogte en de lengte van de camper. Zo wordt u niet verrast als u bijvoorbeeld een tunnel in gaat of onder een slagboom doorrijdt. Gaat uw reis naar Engeland? Reken de maten dan om in ft (feet) en in (inch).

Neem op een veilige stoel plaats 

U kunt ervan uitgaan dat de plekken die voorzien zijn van autogordels, de veiligste plekken zijn om plaats te nemen. Is uw camper na 31 december 1989 in het verkeer gebracht, dan zijn gordels verplicht voor alle ‘zitplaatsen die naar voren zijn gericht’. Is uw camper na 30 september 2000 toegelaten in het verkeer? Dan moet uw camper ook zijn uitgerust met gordels op alle zitplaatsen die naar achteren zijn gericht. U mag alleen zitplaatsen, voorzien van een gordel gebruiken. Dit geldt ook als u een ouder model heeft, voorzien van zitplaatsen zonder gordel. Deze mochten vroeger tijdens het rijden gebruikt worden. Nu niet meer.

Regel de juiste verzekeringen

Voor een reis zijn een paar verzekeringen een must. Denk aan een reisverzekering en een kampeerautoverzekering. Een WA-verzekering is verplicht. U kunt deze uitbreiden met beperkt casco of volledige casco. Zo verzekert u uw camper tegen schade door bijvoorbeeld diefstal of een botsing. Ook een annuleringsverzekering kan een aanrader zijn. Controleer voor iedere vakantie of de dekkingen nog kloppen. 

Plan een onderhoudsbeurt

Het is sterk aan te raden om uw camper voor vertrek een onderhoudsbeurt te geven. U kunt dit laten doen door een expert. Zelf kunt u de bandenspanning, vloeistoffen en verlichting controleren. 

Neem uw groene kaart mee

Vergeet niet om uw groene kaart mee te nemen. Met deze kaart toont u aan dat uw camper WA is verzekerd. Alles over het belang van een groene kaart leest u hier. 

Veilig omgaan met de gasinstallatie

Hoe houdt u het reizen met een camper, voorzien van een gasinstallatie, veilig? Hieronder enkele tips.

  • Zorg dat de gasflessen altijd rechtop staan. Plaats ze in een speciale gaskast. 
  • Zorg dat de roosters van de ‘gaskast’ niet zijn afgedekt.
  • Het is van belang dat de gasflessen niet kunnen bewegen en houd ze uit de zon.
  • Let op de juiste gasdruk. Deze vindt u op het typeplaatje van het gasapparaat.
  • Heeft u een gaslek? Gebruik zeepsop om het lek op te sporen. Gebruik nooit een aansteker of een lucifer om het lek te vinden. 
  • Gebruik bij het openen van de gasfles geen gereedschap. Doe dit met de hand.
  • Sluit de toestelkranen bij het verwisselen van de gasflessen. Vermijd open vuur. 
  • Lege gasfles? Vul deze niet zelf. Ruil hem in of laat hem vullen bij een erkend bedrijf.
  • Zorg voor een goede ventilatie in de camper. 
  • Gebruikt u de gasinstallatie tijdens het rijden? Zorg dan voor een ‘aanrijdingbestendige gastoevoer’ met automatische afsluiter op de plaats van de drukregelaar. 
  • Is uw gastoestel voorzien van een thermokoppel, check dan of deze goed werkt. U controleert dit door het gas aan te steken. Zorg dat het enige tijd brandt en draai het gas dan uit. Als u binnen ongeveer dertig seconden een zachte tik hoort, dan weet u dat deze goed werkt. De gastoevoer wordt dan weer afgesloten. 

Hulp bij schade

Krijgt u ondanks deze informatie toch schade? Neem dan gerust contact op met een van onze schadebehandelaars via 0113 - 238 888. Zij adviseren u graag.